Oudledenvereniging La Belle Epoque Algemene StudentenVereniging Taste Ius Sanctus Homepage Oudledenvereniging La Belle Epoque Algemene StudentenVereniging Taste Ius Sanctus Homepage
De Homepage van Ius Sanctus
Koning der Nederlanden Willem-Alexander
Leeden van Ius Sanctus, links naar hun homepages en e-mail adressen
Activiteiten van Ius Sanctus: Zeilen, Cantus...
Ook zo benieuwd wie er in de keldercommissie zit? Hier een overzicht van alle commissies
Een archief van alle nieuws items die op deze website hebben gestaan
Het Mores Masterplan in werking, zie hier de succesvolle resultaten
Laat hier een bericht achter en lees de berichten van anderen

Ius Sanctus Nieuws Archief


De noodzaak van Moreel leiderschap in fluïde tijden

Saturday, 31 Jan 2026 door Kaper

Marijn zat op een donderdagochtend in zijn werkkamer in Amsterdam-Zuid, te staren naar zijn MacBook Pro alsof het ding zo meteen uit zichzelf een tweet zou tikken die én scherp én deugdzaam was, én niemand zou beledigen, én het morele overwicht van de afzender op onweerlegbare wijze zou bevestigen. Dat was namelijk zijn ding. Altijd boven de materie staan. Nooit meedoen aan de modder. Alleen toekijken, en dan met een stem als een doorrookte sopraan zeggen: “Tja, het zegt vooral iets over hen, hè.” Alsof hij in zijn eentje aan het hoofd stond van de ethische rechtbank van het westelijk halfrond.

Zijn koffie – handgemalen bonen uit Rwanda, gezet met een machine die duurder was dan sommige tweedehands auto’s – was lauw geworden. Hij stond op, liep naar de keuken, schonk het restant in de gootsteen en zuchtte zoals alleen Marijn kon zuchten: luid genoeg om gehoord te worden door de muren, maar met een ondertoon van existentialistische vermoeidheid.

Op LinkedIn had hij vanochtend alweer drie posts geplaatst. Eén over de morele verantwoordelijkheid van ondernemers in tijden van geopolitieke instabiliteit (zonder zelf te zeggen wat die verantwoordelijkheid inhield), één over het belang van taalgebruik in diversiteitsvraagstukken (zonder voorbeelden), en één waarin hij subtiel D66 op de korrel nam via een citaat van Sartre, dat niemand begreep, inclusief hijzelf.

Marijn had een speciale minachting voor D66’ers. Hij vond ze moralistisch, betweterig en glad – precies de woorden die anderen regelmatig voor hem gebruikten, maar dat zag hij zelf niet. Hij had een hekel aan mensen die met stelligheid beweerden wat goed was voor de wereld, terwijl hijzelf zich bij voorkeur in een soort verheven mist begaf, van waaruit hij iedereen kon beoordelen zonder ooit zelf zijn handen vuil te maken aan concrete standpunten. Ironisch genoeg maakte juist die afstandelijkheid hem tot een morele scherprechter pur sang: iemand die niet zozeer deed, maar oordeelde. Hij wees de moralist aan, terwijl hij ondertussen zelf in een spiegel keek.

En dan was er Bennie.

Bennie, de man die hij al dertig jaar liefhad en die, op een manier die Marijn nooit helemaal had kunnen ontcijferen, altijd exact wist wat hij moest zeggen zonder dat het gemaakt klonk. Bennie kon op een barbecue tussen veertig dorpelingen staan met een plastic bord in zijn hand, een druipende worst erop, en mensen zouden naar hem lachen alsof hij de reïncarnatie van Mandela was. En niet de Mandela op het eind, toen hij wat verward begon te worden, maar de Mandela die net uit de gevangenis kwam: fris, strijdvaardig, goddelijk.

Toen Bennie burgemeester werd van een klein dorp met een naam die klonk als een allergie – Wijnendael – veranderde er eigenlijk niks. Iedereen hield al van hem, en nu was er gewoon een officiële reden om dat te blijven doen.

Marijn vond het verschrikkelijk. Niet dat Bennie succesvol was. Maar dat het hem lukte zonder dat hij zich daar zichtbaar voor uitsloofde. Marijn had al twee jaar niet meer in een interview gezeten zonder drie keer de woorden ‘maatschappelijke verantwoordelijkheid’ te gebruiken, en toch dacht niemand: wat een warm mens, die Marijn. Nee. Ze dachten: wat een snob. Of erger: wat een windvaan.

Er was die keer, op een feestje van een gemeenschappelijke vriend – een ex-wethouder die nu mindfulness-workshops gaf aan uitgeputte CEO’s – dat een vrouw, type creatieve sector met oorringen als fietswielen, tegen hem zei: “Jij zegt eigenlijk nooit echt wat je vindt, hè?” Waarop Marijn had gelachen met een soort snuivende kuch die alleen in de hogere middenklasse voorkwam en had geantwoord: “Tja, ik vind nuance belangrijk.” Waarop zij, genadeloos, had gezegd: “Of je bent gewoon bang om ongelijk te hebben.” En hij had gezegd: “Ik hoef niet altijd gelijk te hebben, ik heb liever dat anderen dat van me aannemen.” Daarna was er een stilte gevallen waarin je kon horen hoe zijn status wegsmolt als een vegan kaasplak in de zon.

Die middag, terwijl Bennie in Wijnendael met zijn handen in de aarde stond – er was een schooltuin aangelegd, hij had het zelf bedacht – typte Marijn een opiniestuk voor een online tijdschrift dat niemand las maar iedereen deelde. Hij noemde het: ‘Over de noodzaak van moreel leiderschap in fluïde tijden’. Het stond vol zinnen als:


“We leven in een tijd waarin waarden niet langer richting geven, maar onderhandelingsmateriaal zijn geworden.”

En:

“Lef en ondernemerschap zijn de motor van onze Nederlandse economie, juist in tijden van onzekerheid.”

Hij stuurde het op, checkte of zijn profielfoto nog actueel genoeg was (voor het geval de redactie een illustratie nodig had), en voelde zich anderhalve minuut tevreden.

's Avonds zat hij met Bennie op de bank. Bennie had modder aan zijn broekspijpen. Zijn handen roken naar lavendelzeep. Hij vertelde over de kinderen die radijsjes hadden geoogst, en hoe een jongetje ‘burgemeester Bennie’ had genoemd alsof het een superheld betrof.

Marijn knikte en dronk zijn rooibosthee.

“Wat heb jij vandaag gedaan?” vroeg Bennie. Zijn stem was zoals altijd oprecht geïnteresseerd, alsof hij werkelijk dacht dat Marijn de wereld iets te bieden had.

“Ik heb geschreven,” zei Marijn.

“Mooi. Waarover?”

“Over verantwoordelijkheid. En leiderschap. En hoe lef en ondernemerschap juist nu richting kunnen geven.”

Bennie glimlachte. “Dat klinkt... zoals jij.”

Later, toen Bennie sliep, zat Marijn in het donker naar zijn gezicht te kijken. De ontspanning in die slapen. De rust in die handen, zelfs in slaap. En ineens – zonder drama, zonder muziek op de achtergrond – wist hij het: hij was jaloers.

Niet op de functie. Niet op de populariteit. Maar op het feit dat Bennie niet hoefde te bewijzen dat hij moreel superieur was. Hij was het gewoon.

En toch.

De volgende ochtend tweette Marijn: “Moreel leiderschap is geen populariteitswedstrijd. Het is de moed om te zeggen wat juist is, ook als dat ongemakkelijk is. #standvastigheid #waarden”

Waarop iemand reageerde: “Wat bedoel je dan concreet?”

Marijn blokkeerde hem.


Zoek in het Ius Sanctus Nieuws Archief: